Projecten DWARS
DWARS gaat uit van samenwerking van verschillende partijen en betrokkenheid van de doelgroep bij de uitvoer en keuze van de thema’s waar de focus op zal liggen.
Dit gebeurt ook bij het uitvoeren van vraaggerichte raadplegingen onder jeugd, ouders en professionals.
Projecten 2010-2011
Deelproject Jonge moeders in Rotterdam en omgeving
Het ontbreekt in Rotterdam niet aan voorzieningen en instellingen die zich bezighouden met hulp en ondersteuning aan jonge moeders, maar liefst 31organisaties staan in de database van de gemeentelijke dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving (JOS) geregistreerd die hulp en ondersteuning bieden aan deze doelgroep. Gezien het grote aanbod lijken er geen leemtes te zijn in de voorzieningen voor jonge moeders, maar is dit inderdaad ook zo?
Een echt effectiviteitonderzoek naar de beleefde kwaliteit en effectiviteit van de geboden hulp- en ondersteuningsprogramma’s in Rotterdam is echter nog niet uitgevoerd. Het is niet duidelijk wat de lopende projecten hebben opgebracht in de ogen van de jonge moeders en van de professionals. Het doel is om de vraag en het aanbod van de hulpverlening en begeleiding van jonge moeders (in de leeftijdscategorie t/m 23 jaar) in Rotterdam in kaart te brengen. Onderzoeksvragen die gesteld worden zijn: Wat is het aanbod voor jonge moeders in Rotterdam? Welke doelgroepen worden met het huidige aanbod bereikt? Is er overlap, zijn er gaten in dit aanbod? Wat zijn de behoeften en vragen van de jonge moeders zelf? Wat zijn succesfactoren en knelpunten in het stedelijke aanbod en beleid?
TussenrapportageDWARSJongemoedersinRotterdam.pdf
Crossculturele validering Jeugdmonitor Rotterdam-Rijnmond (JMR)
De Jeugdmonitor Rotterdam Rijnmond (JMR) wordt afgenomen onder jongeren op verschillende leeftijdscategorieën mede om te bepalen hoe het met de jeugd in de regio is gesteld. Daarnaast wordt op basis van de resultaten een keuze gemaakt op welke (gezondheids)thema’s de gemeente zijn middelen de komende jaren wilt gaan inzetten. Belangrijk bij het gebruiken van een vragenlijst welke bepalend is voor het uit te zetten beleid is dan ook of de vragenlijst wel meet wat je wilt meten en of de vragen door iedereen vergelijkbaar wordt begrepen en met de zelfde waarde wordt ingevuld. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat er soms verschil bestaat hoe (jongeren) uit verschillende culturele achtergronden wordt om gegaan met en geantwoord op vragen uit een vragenlijst.
In dit onderzoek wordt gekeken of de JMR wel goed (valide) meet wat je wilt meten. Dit wordt getest aan de hand van een tweetal onderwerpen, te weten op het gebied van politiecontacten en op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling.
De bijdrage van de mentormethodiek aan het toerusten van (risico)jongeren en bij de toeleiding naar voorzieningen
Kernvoorzieningen in het jeugdbeleid zijn gezondheidszorg, welzijn en onderwijs. Die bereiken bepaalde etnische doelgroepen niet altijd goed, en die groepen weten de voorzieningen ook niet steeds goed te vinden. Kenniswerkplaats DWARS heeft als doel, dat professionals uit onderzoek, beleid en praktijk kennis ontwikkelen om daar verbetering in te brengen. Het lectoraat Dynamiek van de Stad van hogeschool Inholland heeft in dat kader onderzocht, wat de bijdrage van de mentor methodiek kan zijn om deze problematiek aan te pakken.
Er is een verkennend literatuuronderzoek gedaan en vier mentor programma’s in Rotterdam zijn nader onderzocht.
Een conclusie is, dat bij de vier onderzochte programma’s een mentor voor (risico)jongeren een belangrijk steuntje in de rug betekent en nieuwe perspectieven biedt. De stelling is dan: mentoring heeft een preventieve werking. Schooluitval wordt tegen gegaan en een beroep op voorzieningen van jeugdbeleid wordt voorkomen. Ons onderzoek bevestigt daarmee wat we uit eerder onderzoek weten. Wat we daaraan toevoegen, is informatie over het omgaan met diversiteit bij mentoring programma’s. Wanneer het gaat om programma’s waarin Marokkaanse of Antilliaanse ouderejaars studenten jongerejaars helpen zich thuis te gaan voelen op een hogeschool en in Rotterdam, dan is het verband heel duidelijk. Maar als het erom gaat (risico)jongeren in hun ontwikkeling te stimuleren, dan is diversiteit meestal geen expliciet onderwerp bij de matching van een mentor en een mentee bij de onderzochte programma’s.
Nieuw is ook, dat in het onderzoek is gekeken naar de relaties van de mentorprogramma’s met voorzieningen van jeugdbeleid. Bij sommige van de onderzochte programma’s is er sprake van nauwe banden. Bijvoorbeeld al in de fase van aanmelding, zoals bij een organisatie waar meer dan 20 organisaties uit het jeugdbeleid kinderen en jongeren aanmelden. In de fase van het onderhouden van de mentor-mentee relatie zijn er verschillen tussen de onderzochte organisaties. Soms worden signalen systematisch verzameld en zijn er protocollen voor daaruit voortvloeiende contacten met bijvoorbeeld jeugdzorg. En soms gaat het informeler en kent de mentoringorganisatie bepaalde specialisten waarnaar men bij voorkeur doorverwijst.
Een belangrijke vraag is, of een mentor ook een rol kan en mag spelen bij het toeleiden naar voorzieningen indien dat nodig is? Mentoren zijn immers vrijwilligers, mag je dan vragen dat ze gestructureerd aandacht hebben voor toeleiding naar bijvoorbeeld jeugdzorg? Of vormt zoiets een belasting en verstoor je dan misschien juist de relatie met de jongere? En ligt hier misschien wel een taak voor (de coördinator van) de mentororganisatie? Het rapport biedt een goede basis om daar verder over te discussiëren.
Het lectoraat Dinamiek van de Stad heeft in het kader van de Academische Werkplaats Diversiteit in het Jeugdbeleid Rotterdam (DWARS) vorig jaar enkele mentorprojecten onderzocht. Voortbouwend op deze onderzoekn heeft het lectoraat in samenwerking met het Kennispunt Mentoring enkele bouwstenen diversiteit ontwikkeld. Deze bouwstenen kunnen worden gebruikt bij de initiële training van mentoren en voor verdiepende bijeenkomsten en/of voor intervisie.
Inleiding training voor mentoren Omgaan met diversiteit binnen een mentoringproject.pdf
Mentortraining diversiteit.pdf
Opleiden tot diversiteitsbewust vakmanschap
Een interactief onderzoek in de opleidingen Social Work van Inholland Rotterdam.
Voorzieningen voor kinderen/jongeren (en hun ouders) blijken nog steeds onvoldoende toegankelijk (bereik) én afgestemd (kwaliteit) te zijn op de diversiteit van de doelgroep. Diversiteit in de betekenis van verschillen/ongelijkheid op basis van etnisch-culturele achtergronden, sekse, klasse, seksuele geaardheid, gezondheid, leeftijd, jongerencultuur etc, en de relaties daartussen. De vraag is of de achtergronden én de oplossingen voor dit probleem ook te vinden zijn in de opleiding van de professionals. Hoe worden studenten opgeleid tot sociale professionals die om kunnen gaan met kwesties van diversiteit en sociale ongelijkheid? Welke kennis, vaardigheden en houding hebben de docenten op dit gebied ontwikkeld? (individueel en/of collectief) Hoe maken docenten daarbij gebruik van de diversiteit binnen de lesgroepen: de interactie tussen en de ervaringskennis van studenten? Wat ervaren docenten in de dagelijkse praktijk als knelpunten en wat zouden manieren zijn om het onderwijs (inclusief de randvoorwaarden) op dit terrein te verbeteren?
Het Lectoraat Dynamiek van de Stad heeft dit onderzocht binnen de opleidingen Social Work van Inholland Rotterdam. Naar aanleiding van (30) geobserveerde lessen zijn met de betreffende (20) docenten focused interviews gehouden over zijn/haar visie op diversiteit in relatie tot gebeurtenissen in de les, de gedachten achter de gehanteerde didactische aanpak, het beschikbare lesmateriaal, organisatorische omstandigheden die van invloed zijn, verklaringen voor de reacties van studenten etc.etc. Wat zijn goede voorbeelden? Wat zijn knelpunten? Wat zijn verbetermogelijkheden? In het onderzoeksrapport worden conclusies getrokken over de theoretische, professionele, onderwijskundige en didactische vraagstukken die in de lessen en gesprekken naar voren zijn gekomen. De onderzoeksaanpak is vertaald in een methodiek voor intercollegiale intervisie voor docenten op het onderwerp diversiteit en sociale ongelijkheid.
Aan het onderzoek werkten mee: Els de Jong (zelfstandig onderzoeker), Afra Kotiso (docent Law, lid kenniskring Dynamiek van de Stad), Ellen Kramer (docent Social Work), Fouzia Outmany (onderzoeker Social Work en lid kenniskring Dynamiek van de Stad) en Joke van der Zwaard (zelfstandig onderzoeker –projectmedewerker lectoraat Dynamiek van de Stad).
Contact/informatie
Joke van der Zwaard (projectleider): 010-4137089, e-mail:
boeket@antenna.nl
Etnische verschillen in (psychosociale) gezondheid en ontwikkeling van etnisch-specifieke risicoprofielen in de Rotterdamse kindercohort studie Generation R
Er is nog heel weinig inzicht in (de oorzaken van) verschillen in psychosociale en gezondheidsproblemen tussen etnische groepen in de voorschoolse periode. In Rotterdam-Rijnmond is behoefte aan kennis over de (oorzaken van) verschillen in kansen op goede (psychosociale) gezondheid en welzijn tussen etnische groepen in de voorschoolse periode, en aan etnisch specifieke risicoprofielen voor (psychosociale) gezondheidsproblemen bij jonge kinderen. DWARS zal voor 0-4 jarigen in de Rotterdamse multi-etnische kindercohort studie Generation R de volgende vragen beantwoorden:
Wat is de relatie tussen etnische herkomst en (psychosociale) gezondheid en welzijn?
Hoe kunnen verschillen tussen etnische groepen worden verklaard?
Wat zijn risicofactoren voor de ontwikkeling van (psychosociale) problemen in de etnische subgroepen?
Wat zijn voor beleid en praktijk hanteerbare risicoprofielen voor psychosociale problematiek en gezondheidsproblemen voor de belangrijkste etnische subgroepen?
Eigen Kracht Conferenties bij Antilliaanse gezinnen (Klein-maar-fijn project)
In dit project wordt gekeken naar de succes factoren en knelpunten van Eigen Kracht Conferenties onder Antilliaanse gezinnen binnen de regio. Uit cijfers blijkt dat in de reguliere zorg Antilliaanse gezinnen vaak moeilijk bereikbaar zijn, maar dat deze groep zich vrijwillig opgeeft en zeer positief staat tegenover de Eigen Kracht Conferenties welke worden ondersteund vanuit de Eigen Kracht Centrale (in Rotterdam is deze coördinatie gesitueerd in de GGD). In samenwerking met studenten pedagogiek van de Hogeschool zal een project uitgevoerd worden waarbij de succes factoren en knelpunten van deze werkwijze onder Antilliaanse gezinnen retrospectief onderzocht zal worden. De resultaten leveren input voor een beter benadering en samenwerking met de doelgroep.
Versterken intercultureel vakmanschap via DWARS-verbindingen
Dit project bestaat uit het onderdeel mentoring waarbij vier effectieve mentoringprojecten worden doorontwikkeld en overdraagbaar worden gemaakt naar andere organisaties en instellingen. Een tweede onderdeel, het trainen van vakmanschap, loopt sins september 2010.
Projecten 2009
Vraaggerichte raadpleging tiener meiden en ouders ten aanzien van psychosociale problemen
De vraaggerichte raadpleging onder jongeren en hun ouders richt zich in de eerste plaats op tienermeiden. Er worden verschillende focusgroepsgesprekken met Nederlandse en Turkse meiden gevoerd. Later komen mogelijk ook Antilliaanse jonge vrouwen aan bod. De focus van deze gesprekken ligt op psychosociale problematiek. Wat doe je als je sombere gevoelens hebt? Waar ga je naar toe, en met wie zou je daar over praten?
Door dit onderzoek willen we inzicht krijgen in waar jongeren met hun hulpvraag naar toe gaan.
Vraaggerichte raadpleging professionals
Voor de vraaggerichte raadpleging onder de professionals wordt deels gebruik gemaakt van een lopend onderzoek naar de verwachtingen van medewerkers binnen Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) in de deelgemeente Feyenoord en in samenwerking met het Erasmus MC en de GGD Rotterdam-Rijnmond.
Daarnaast vindt er een additionele vraaggerichte raadpleging plaats onder professionals over interculturaliteit, hun ervaringen hiermee, mogelijke knelpunten maar ook succesfactoren. Deze raadpleging wordt in het eerste jaar uitgevoerd om een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de ervaringen en meningen van professionals binnen verschillende vakgebieden (welzijn, zorg en onderwijs).
Onderzoek crossculturele validatie van de Jeugdmonitor Rotterdam Rijnmond
De GGD Rotterdam-Rijnmond onderzoekt de lichamelijke en psychische gezondheid van kinderen en jongeren van 0 tot en met 18 jaar met de Jeugdmonitor Rotterdam. De Jeugdmonitor is een methode waarbij de onderzoekers met vragenlijsten regelmatig meten hoe het met de jeugd in Rotterdam gaat.
Monitoren staat voor ‘volgen in de tijd’. Om een goed beeld te krijgen van de gezondheid van de Rotterdamse kinderen en jongeren vindt op verschillende leeftijden een meting plaats voor de Jeugdmonitor. Zo’n meting bestaat onder meer uit het invullen van een vragenlijst, met vragen over bijvoorbeeld school en vrijetijdsbesteding. Uiteraard verschillen de vragen per leeftijdscategorie.
De informatie uit de Jeugdmonitor geeft een goed beeld van de gezondheid van individuele kinderen en jongeren, maar ook van bijvoorbeeld alle leerlingen van een bepaalde school of alle jeugd van dezelfde leeftijd uit één wijk. Dankzij die gegevens kan de GGD scholen adviseren en begeleiden bij de aanpak van bepaalde gezondheidsgerelateerde onderwerpen en mogelijke interventies. De interventiemedewerker van de GGD werkt hierbij vraaggericht. Ook kan de gemeente ingrijpen bij (dreigende) problemen in een wijk.
Omdat personen met verschillende culturele achtergronden de vragenlijsten mogelijk anders interpreteren en invullen kunnen er verschillen in de uitkomsten van de JMR ontstaan. Binnen de GGD Rotterdam-Rijnmond is een onderzoek gestart waarbij deze verschillen kunnen worden opgespoord. Hierdoor kan men rekening houden met mogelijke culturele verschillen in de JMR en de interpretatie van de resultaten hiervan.
www.jeugdmonitorrotterdam.nl
Multidisciplinaire klankbordgroep
Binnen de Hogeschool Rotterdam is een Klankbordgroep opgesteld van verschillende niet westerse allochtone jongeren. Deze groep komt in ieder geval vier keer bij elkaar om hun mening en input te geven over verschillende thema’s die relevant zijn voor DWARS. Voor de zomervakantie heeft de eerste kennismakingsbijeenkomst plaatsgevonden.
Modules interculturele vaardigheden
De hogescholen inventariseren het huidige aanbod van modules ten aanzien van diversiteit. Evaluatie volgt om een sluitende module interculturalisatie binnen de hogescholen aan te bieden. Hierbij stemt men af met de verschillende studierichtingen en de daarbij behorende expertise.
Door de nauwe banden tussen de opleidingen en de praktijk waar de toekomstige professional zal gaan werken wordt een zo optimaal mogelijke afstemming met de dagelijkse praktijk bereikt. Praktijkvoorbeelden en ervaringen kunnen hierbij worden ingezet.
Voor excellente studenten is een excellentieprogramma opgezet. Studenten kunnen worden ingezet om (praktijk)onderzoek uit te voeren.
Dit honoursprogramma met de naam EXtra DWARS, heeft als doel studenten tot meesterschap te brengen. Door middel van uitdagend onderwijs kunnen zij zich ontwikkelen tot een excellente professional. Tegelijkertijd leveren ze relevante en innovatieve producten aan de beroepspraktijk in de regio Rotterdam.
Sociale kaart Feijenoord
Overzicht projecten en organisaties gericht op niet westerse migranten (jongeren) in de deelgemeente Feijenoord.
Richtlijnen voor het bereik van migranten gezinnen en jongeren in de jeugdsector
Doelstelling van dit deelproject was het vertalen van tips en handreikingen voor het bereiken van migrantengezinnen uit zes pilots 'interculturele Centra voor Jeugd en Gezin' naar concept richtlijnen. In dit project werden de resultaten uit de pilots verbreed, theoretisch onderbouwd waarna deze conceptrichtlijnen werden getoetst tijdens enkele gesprekken met experts en steakholders. Het resultaat van dit project leverde een rapportage op met enkele richtlijnen voor een betere bereikbaarheid van migrantengezinnen door de jeugdsector.
Inleiding training voor mentoren Omgaan met diversiteit binnen een mentoringproject.pdf